jan 10 2016

Verschil HAVO VWO leerlingen

Verschil HAVO en VWO leerling

Uit het onderzoeksrapport van het SLO 2006: (http://www.slo.nl/downloads/archief/verschil_20moet_20er_20wezen.pdf/)

In de tweede fase van het Voortgezet Onderwijs zitten leerlingen die havo of vwo bovenbouw doen. In de onderwijswereld worden deze tweede fase leerlingen vaak als één groep beschouwd, naast de leerlingen in de onderbouw of basisvorming en de leerlingen op het vmbo. De studiehuis-didactiek is op de gehele groep van toepassing en de examens op de havo worden voor veel vakken gezien als een ‘eenvoudig aftreksel’ van die op het vwo. In de praktijk op de scholen ervaren docenten echter grote verschillen tussen de leerlingen op de havo en het vwo. De uitvoeringsproblemen van de tweede fase en het studiehuis zijn in beide schooltypes heel verschillend. Scholen vragen zich daarom af wat precies de verschillen zijn tussen havo en vwo leerlingen en hoe daarmee om te gaan.

Er zijn een aantal verschillende motivaties te onderscheiden, waarom docenten en schoolleiders meer willen weten over de verschillen tussen havo en vwo leerlingen.

  1. Aan het eind van de h/v-brugperiode is determinatie van de leerlingen noodzakelijk. Voor sommige scholen doet dit zich voor aan het eind van klas 1, voor veel scholen aan het einde van het tweede of derde leerjaar. Determinatie wordt vaak gebaseerd op cijfers van het eindrapport, maar deze zijn niet altijd eenduidig. Er is een aantal leerlingen waarover de docentenvergadering spreekt. Daarbij wordt soms over de ‘typische havo-leerling’ of ‘échte vwoleerling’ gesproken. Zelden wordt echter een analyse gevraagd dan wel gemaakt op grond waarvan men tot deze uitspraak komt. Er is hiervoor behoefte aan meer houvast op het gebied van kenmerkende verschillen tussen havo- en vwo-leerlingen.
  2. Wanneer je beter weet welke verschillen er zijn tussen havo en vwo leerlingen, kun je het onderwijs in het studiehuis beter aan deze groepen leerlingen aanpassen. Dit geldt zowel voor de individuele docent, als voor schoolbrede aanpassingen.
  3. Sommige scholen kiezen ervoor om uit efficiencyoverwegingen in bepaalde omstandigheden de havo en vwo leerlingen samen te voegen tot één lesgroep (bijvoorbeeld voor ‘kleine’ vakken). Inzicht in de verschillen tussen havo en vwo kan bijdrage aan inzicht hoe om te gaan met deze verschillende leerlingen in één lesgroep.
  4. Een aantal (vernieuwende) scholen kiest ervoor het onderscheid tussen havo en vwo in de dagelijkse lespraktijk op te heffen en de tweede fase met een gemengde groep leerlingen te doorlopen. In de loop van de tweede fase is het voor deze scholen belangrijk te weten hoe je kunt determineren of deze leerlingen voor bepaalde vakken functioneren op havo of op vwo niveau. Door de globalisering van de eindtermen vanaf 2007, komen er meer mogelijkheden om eigen invulling te geven aan de vormgeving en toetsing van het onderwijs. Hierdoor zal het samenvoegen van havo en vwo voor meer scholen een optie worden.

Lees het hele onderzoek:

verschil moet er wezen


jan 10 2016

Beter inspelen op HAVO leerlingen

In het kader van het kortlopend onderwijsonderzoek heeft het IVA op verzoek van de VO-raad en vijftig vo-scholen onderzoek gedaan naar de problematiek rond havo 3/4 leerlingen. Aanleiding voor het onderzoek was de constatering dat de bovenbouw havo vertraging oploopt, maar dat nog onduidelijk is hoe het best met leerlingen bovenbouw havo kan worden omgegaan om de vertraging te voorkomen. Doel van het onderzoek was het definiëren van concrete aanpakken voor de inrichting van het onderwijs die geschikt is voor havo-leerlingen uit klas 3 en 4 om een goede overgang binnen de havo te kunnen maken.

 

beter inspelen havoleerlingen


jul 9 2013

CKV blijft verplicht examenvak

DEN HAAG – 

Lees het originele artikel op telegraaf

Het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) blijft een verplicht examenvak op havo en vwo. Dat heeft de ministerraad vrijdag besloten. Wel krijgt het kunst- en cultuuronderwijs op middelbare scholen een kwaliteitsimpuls, zodat de lessen aantrekkelijker en nuttiger worden.

Staatssecretaris Sander Dekker.Foto: ANP
Het vorige kabinet wilde de CKV-verplichting schrappen, zodat scholen meer tijd konden besteden aan de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Na kritiek van leraren besloot huidig staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) dat plan grondig te herzien. Hij denkt namelijk dat zo’n afschaffing niet voor beter onderwijs en betere prestaties bij de drie kernvakken zal zorgen.

Scholen krijgen voortaan meer vrijheid om het vak vorm te geven: zo zijn leerlingen niet langer verplicht 6 of 8 culturele activiteiten te ondernemen. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) onderzoekt namens het kabinet hoe het CKV nog verder verbeterd kan worden.

Ondanks het behoud van CKV blijft extra aandacht voor de kernvakken nodig, vindt het kabinet. Dekker ziet echter geen heil in de invoering van een nieuw vak wiskunde C, een ‘lichte’ variant van wiskunde A, voor de kleine groep havisten met het profiel cultuur en maatschappij. Net als schoolleiders en wiskundedocenten vreest hij dat een deel van de leerlingen die nu wiskunde A kiest, straks voor de eenvoudigere variant gaat. Dat past niet bij de ambitie om het onderwijs van ‘goed’ naar ‘excellent’ te krijgen, vindt de staatssecretaris.

Momenteel vindt 7 op de 10 jongeren die CKV volg(d)en, de opgedane kennis niet waardevol. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag en dagblad Trouw. Van ruim de helft mag het vak wel degelijk plaatsmaken voor meer wiskunde, Engels en Nederlands. De verplichte activiteiten en het maken van uitgebreide, ingewikkelde verslagen kosten onnodig veel tijd, vinden ze. „We kijken films, schilderen wat zonder opdracht en moeten verplicht naar de bioscoop. Op cultureel en kunstzinnig gebied vind ik niet dat we iets opsteken”, aldus een leerling.